Boek
Nederlands

Altijd heb ik wat te vieren

André Sollie (auteur)
+1
Altijd heb ik wat te vieren
×
Altijd heb ik wat te vieren Altijd heb ik wat te vieren

Altijd heb ik wat te vieren

Doelgroep:
Vanaf 6-8 jaar
Genre:
Rond zes thema's als 'rozengeur en zo' en 'een heel gewoon gezin' zijn 26 gedichten opgenomen over onder andere vriendschap, afscheid nemen en dierenleed. Met vlotte pentekeningen in zwart-wit. Vanaf ca. 7 t/m 11 jaar.
Titel
Altijd heb ik wat te vieren
Auteur
André Sollie
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Querido, 2008
35 p. : ill.
ISBN
9789045106649

Besprekingen

Woorden zijn net puppies

Kinderpoëzie kan al eens melig smaken: ze is soms behoorlijk voorspelbaar en bedekt met een suikeren laagje lieflijkheid en schattigheid. Maar niets daarvan in Altijd heb ik wat te vieren, de jongste bundel van André Sollie. Onder een bedrieglijk vrolijke titel bundelt Sollie verzen waarin afwisselend humor, ernst en onderhuids verdriet de boventoon voeren. Kinderen zijn niet alleen maar schattig en dromerig, lijkt Sollie te willen zeggen, en hun leven loopt niet altijd over roze wolkjes. 'Papa's postzegels bijkleuren./ Sleutels zoek van alle deuren./ Lapjes uit gordijnen scheuren./ Ik ben niemands hartendief' zegt een weerbarstig en naar aandacht hunkerend kind in het gedicht 'Honnepon'. In 'Wij' ergeren kinderen zich aan de verplichte gezelligheid van 'een heel gewoon gezin': 'We doen ook alles samen,/ zijn altijd bij elkaar./ Dat vinden we, hoe heet dat,/ gezellig ja. Vandaar.' Het venijn schuilt in de onverwachte staart van dit gedicht: 'We zijn dus heel gelukkig./ Tevreden, bl…Lees verder

Na Soms, dan heb ik flink de pest in (1986), Zeg maar niks (1991) en Het ijzelt in juni (1997) komt de vrolijkheid in de titel van André Sollies nieuwste dichtbundel als een verrassing: Altijd heb ik wat te vieren. De veralgemening in 'altijd' maakt echter dat je op je hoede bent. Wie het werk van Sollie kent, weet bovendien dat vreugde zelden onbekommerd is. Veel vaker vind je in zijn verzen "vrolijkheid naast stil verdriet" (uit: 'Metro', Soms, dan heb ik flink de pest in). Die spanning kun je ook 'lezen' in de omslagillustratie: het lachende, hemelsblauwe gezicht met de maan als mond en sterren als ogen en neus contrasteert met de bloedrode oren en de zwarte hoed.
Contrast is de belangrijkste bouwsteen in deze bundel, waarin humor en ernst elkaar afwisselen. De humor steekt vaak in overdrijvingen. Als de kleine poes 'Tijgertje' groot wordt, blijkt hij een echte tijger: van kattenbrokjes schakelt hij over naar muizen, merel, reiger en een baby (die hij wel moet terugbrengen). In…Lees verder
Bundel met 26 gedichten over onder meer vriendschap, verliefdheid, emoties (dierenleed, afscheid) en mensen. Een aantal gedichten is vrij traditioneel van vorm: kwatrijnen met gebroken rijm. Het nieuwe(re) werk is minder strak van vorm en ritme. De meeste gedichten zijn toegankelijk en kennen dikwijls een verrassende pointe of prikkelende slotzin die tot nadenken stemt. Ook humor ontbreekt zeker niet, het gedicht over het wonderkind Désirée is hilarisch. Thematisch zijn de gedichten onverdeeld in zes categorieën die een titel dragen die zeer ruim interpreteerbaar is (Rarara wat ik verzon, Rozengeur en zo, Een heel gewoon gezin). Elke categorie wordt grafisch aangekondigd door een ogenschijnlijk eenvoudige in kinderlijke stijl getekende zwart-witillustratie (pen). Ook bij enkele gedichten is een kleinere illustratie in dezelfde stijl opgenomen. Ruim de helft van de gedichten verscheen in eerdere, merendeels oudere, uitgaven. Zeven in de bundel 'Zeg maar niks' (1991), drie in 'Soms, dan…Lees verder

Altijd heb ik wat te vieren

Heeft de auteur zijn titel ironisch bedoeld? Vermoedelijk wel. In ieder geval valt er weinig te vieren in deze overwegend sombere dichtbundel. Ook in het titelgedicht wordt de zin meteen ontkracht: Altijd heb ik wat te vieren. Elke dag maak ik me mooi. Mijn verdriet, dat zit vanbinnen: Stille Sneeuwpop wacht op dooi. (p. 6) De gedichten zijn thematisch samengebracht: over feest, natuurgevoelens, liefde, dieren, familie, en fantasie. Het hoofdstuk over familie springt er in alle opzichten uit. Hier slaagt Sollie er best in een scala aan gevoelens op te roepen, tegelijk zeer zuinig omspringend met woorden. Van eenzelfde niveau is Koest, waarin alleen al de laatste vier lijnen voor zich spreken qua krachtige soberheid: De boom, het touw. Hoe hij daar stond. En elke dag opnieuw, de ogen van haar hond. (p. 22) De illustraties, van de auteur zelf, zijn iel, fragiel, vaak simpel, maar altijd geslaagd.

Over André Sollie

André Sollie (Mechelen, 7 juli 1947) is een Vlaams auteur en illustrator van kinder- en jeugdboeken en dichtbundels.

Biografie

Sollie voltooide een grafische opleiding aan Sint-Lukas in Brussel en begon als illustrator. Hij werkte onder meer voor de Stipkrant, een kinderkatern in De Standaard. Daarin werden ook zijn eerste versjes gepubliceerd waarna hij ook als dichter, auteur van kortverhalen, schrijver van liedjesteksten voor musical en jeugdtheater en scenarist voor televisie begon te werken. Meer en meer trad hij naar voren als schrijver én illustrator en creëerde hij boeken met beeld en tekst.

In 1986 verscheen zijn eerste dichtbundel voor de jeugd Soms, dan heb ik flink de pest in, gevolgd in 1991 door Zeg maar niks en in 1997 de autobiografische dichtbundel Het ijzelt in juni. In 2008 verscheen een dichtbundel voor jonge kinderen Altijd heb ik wat te vieren.

Het met een Gouden Grif…Lees verder op Wikipedia